Hoe feiten verdwijnen in een berg digitale bullshit
Spit duikt in het onderwerp desinformatie, en bezocht het International Journalism Festival in Perugia
Spit gaat zich de aankomende tijd vastbijten in het thema desinformatie. Op het International Journalism Festival in Perugia volgden we er vorige week verschillende sessies over. Stuk voor stuk lieten die zien dat we veel beter moeten kijken naar de informatiehuishouding binnen onze democratische rechtsstaat. Desinformatie is niet langer een marginaal verschijnsel, maar een goed georganiseerde industrie met grote politieke en economische belangen, die een groot gevaar vormt voor de democratie. Instituties zijn te laat begonnen met het serieus nemen van deze dreiging, zo stelde de vicevoorzitter van het Europees Parlement in een van de sessies.
Nep-mensen als dienstverlening
Duidelijk werd ook de belangrijke rol die voor de journalistiek is weggelegd in het zichtbaar maken van deze schimmige en abstracte wereld van desinformatie. Door de mechanismen te ontrafelen kun je er weerstand tegen bieden. Zo bracht onderzoeksjournalist Omer Benjacob van de Israëlische krant van Haaretz een geraffineerde fake human industry aan het licht, waarbij hij het concept disinformation-as-a-service (DaaS) introduceert als een groeiend economisch en technologisch gevaar. Hij legde uit hoe gespecialiseerde bedrijven, met name in Israël, geavanceerde software gebruiken om massaal digitale identiteiten te creëren die dankzij VPN’s, lokale telefoonnummers en gelaagde sociale mediaprofielen nauwelijks van echte mensen te onderscheiden zijn. Volgens Benjacob is het grootste probleem niet de misleidende inhoud zelf, maar de systematische verwatering van de menselijke stem, waardoor de democratische dialoog en de waarde van feiten in een digitale massa van “bullshit” verdrinken. Hij bekritiseert tech-giganten zoals Meta voor hun nalatigheid en stelt dat we desinformatie niet langer als een technisch probleem moeten zien, maar als een fundamentele schending van burgerrechten en de vrijheid van meningsuiting.
Moldavië vocht terug
Geheel machteloos staan we niet, zo toonde de case study over Moldavië, een land dat momenteel in de frontlinie ligt van de Russische hybride oorlogvoering, maar zich daartegen wist te weren. Hoewel Moldavië een van de armste landen van Europa is, kreeg het te maken met een enorme aanval van digitale desinformatie en grootschalige verkiezingsfraude. Rusland gaf naar schatting tussen de 150 en 300 miljoen euro uit om de verkiezingen te beïnvloeden. Toch hield Moldavië stand, door een unieke samenwerking tussen het maatschappelijk middenveld, onafhankelijke journalistiek en overheidsinstanties. Zij vochten terug door deze netwerken te infiltreren en bloot te leggen, en kiezers ver voor de verkiezingen daarover te informeren, een tactiek die ook wel wordt aangeduid als pre-bunking. Het besef ontstond dat het hier om een existentiële dreiging ging, waarbij de soevereine wil van het volk werd vervalst. Een van de centrale lessen die Moldavië trok: “We hebben geleerd dat we minder aandacht moeten besteden aan wat de tegenstander doet, anders verliezen we onszelf in eindeloze monitoring. We moesten ons eigen verhaal vertellen.”
De nieuwe censuur
Interessant was hierbij ook de lezing van Ayala Panievsky. In haar boek The New Censorship beschrijft ze hoe journalisten monddood worden gemaakt door juridische pesterijen (SLAPP’s), digitale intimidatie en het systematisch ondermijnen van de geloofwaardigheid van de pers door journalisten als “vijanden van het volk” te bestempelen. Tegelijkertijd constateert ze de opkomst van “anti-media”: kanalen die eruitzien als journalistiek, maar de normen (zoals wederhoor en factchecking) negeren om misinformatie te verspreiden. Zij pleit voor een verschuiving van het debat over “vrijheid van meningsuiting” naar het “recht van het publiek om te weten”, waarbij de focus ligt op de kwaliteit en betrouwbaarheid van informatie. Panievsky trekt een vergelijking met milieuvervuiling: net zoals we fabrieken niet toestaan om onze rivieren te vergiftigen in naam van de vrijheid, moeten we de bewuste vervuiling van onze informatie-omgeving met leugens als een collectieve dreiging zien.
Wat we gaan doen
De belangrijkste les uit Perugia? We moeten ophouden met alleen het ‘factchecken’ van individuele berichten. Als onderzoeksjournalisten moeten we de netwerken, de financiering en de systemen achter desinformatie blootleggen. En dat is wat als Spit de aankomende tijd gaan doen. Wil je ons steunen? Overweeg dan een donatie aan Spit.


